Samenvatting
1. Rex Hofman en Saskia Ehlvest waren op weg naar hun vakantiehuisje aan de Middellandse Zee. Onderweg kibbelden ze wat. Rex stopte bij een benzinestation om te tanken. Ze rustten nog wat uit, speelden met een bal en begroeven twee muntjes onder een paal. Saskia haalde nog wat te drinken, waarna zij zou rijden. Rex maakte een foto.
Hij vroeg zich af of hij Saskia zo mocht plagen. Drie jaar geleden, tijdens hun eerste vakantie, raakte de benzine op en had Saskia drie uur lang in de auto moeten blijven. De beklemming in het kleine zwarte hok
van de auto had haar helemaal overstuur gemaakt; het herinnerde haar aan haar nachtmerrie van het gouden ei. "Toen ze klein nog was, had ze eens gedroomd dat ze opgesloten zat in een gouden ei dat door het heelal vloog. Alles was zwart, er waren niet eens sterren, ze zou er voor altijd in moeten blijven, en ze kon niet doodgaan. Er was
maar één hoop. Er vloog nog zo'n gouden ei door de ruimte, als ze tegen elkaar botsten zouden ze allebei vernietigd zijn, dan was het afgelopen. Maar het heelal was zo groot!".
Saskia kwam niet terug van het drinken halen. Rex vroeg iedereen of men
zijn vriendin had gezien. Hij belde het hotel en de politie, maar Saskia was weg en bleef weg en niemand wist waar ze was gebleven.
2. Tijdens een vakantie in Marina di Camerota (Italië) acht jaar later vroeg Rex Lieneke ten huwelijk. De uitslag van een spelletje badminton met twee Fransen gaf daarvoor de doorslag. Maar Saskia "keek vanaf de zijlijn toe". Rex wilde Lieneke eerlijk vertellen hoe hij over Saskia dacht: "Als ze terugkwam zou ik bij jou blijven, maar als ik terug mocht naar dat benzinestation dan zou ik dàt doen". 's Nachts merkt Lieneke dat Rex nachtmerries had over het Gouden Ei.
3. In 1950 was Raymond Lemorne zestien jaar. Hij vroeg zich af wat er zou gebeuren als hij van een flat sprong. Het idee van de sprong was bij hem opgekomen; hoe kon hij anders dan door te springen te weten komen of hij de mogelijkheid had om te springen? Dus hij sprong en lag zes weken in het ziekenhuis. Eenentwintig jaar later kwam er iets dergelijks in hem op. Hij was toen leraar scheikunde, getrouwd en hij had twee dochters. Op een dag redde hij een kind van de verdrinkingsdood. Maar zou hij nu ook in staat zijn een misdaad te plegen? Het krijgen van deze gedachte verplichtte hem tot het doen van de eerst stap. Hij fabriceerde een pot chloroform en zette de fles op de zolder van zijn afgelegen vakantiehuisje. Om ongestoord verder te kunnen gaan met zijn voorbereidingen voor de misdaad, zei hij tegen zijn gezin dat hij dit huisje wilde opknappen. Hij verzekerde zich ervan dat niemand iets in de gaten kon krijgen als hij zijn slachtoffer, dat volgens hem het beste een buitenlandse vrouw kon zijn, naar zijn huisje zou brengen.
Hij kocht een oud matras en een pistool. Hij wilde zijn slachtoffer meelokken in zijn auto, en na heel veel voorbereidingen en mislukte experimenten vond hij de beste manier: bij een tankstation langs de Autoroute zou hij, met zijn ene arm in een mitella, aan een vrouw vragen of zij hem zou willen helpen met het aankoppelen van zijn aanhangwagentje. Dat ging nog een paar keer mis, omdat niemand in de auto durfde te stappen om naar het eind van de parkeerplaats te rijden. Ondertussen schoot Lemorne ook nog eens twee kampeerders dood die op zijn grasveldje waren gaan staan. Maar op een keer lukte het dan toch. Een Nederlands meisje zag hem spelen met zijn sleutelhanger waar een grote R aanhing. Ze vroeg hem naar ook zo'n sleutelhanger en hij zei dat hij er vertegenwoordiger in was en dat hij er een hele lading van in zijn auto had liggen. Ze ging met hem mee; hij bedwelmde en ontvoerde haar.
4. Acht jaar later (maar na de vakantie in Italië) was Rex een opsporingscampagne gestart. Hij had grote advertenties laten zetten waarin hij diegene die destijds bij het tankstation of daarna Saskia gezien hadden, opriep hem te schrijven. Onder het raam van zijn flat in Buitenveldert had een zere Sandra op een auto "Rex, ik vind je lief" geschreven. Lieneke belde; na de droevige terugrit uit Italië hadden ze elkaar maar één keer gezien. Er kwamen verschillende brieven uit Frankrijk, maar er was er niet een die uitsluitsel gaf over Saskia's geheimzinnige verdwijning. Op de ochtend van de vijfde dag kwam er een Franse man op Rex af, die zich voorstelde als Raymond Lemorne. Rex herkende hem als de man met de mitella, die hij acht jaar geleden bij het tankstation had gezien. Lemorne wilde precies vertellen wat er was gebeurd, maar op één manier: door Rex hetzelfde te laten ondergaan. Rex wist dat hij dan dood zou gaan; toch ging hij akkoord. Ze reden naar het benzinestation. Ondertussen at Rex van het lunchpakketje dat Lemorne had samengesteld. Bij het benzinestation moest Rex koffie met een slaapmiddel drinken. Daarna vertelde Lemorne wat er was gebeurd. Toen Rex wakker werd, was hij begraven in een doodskist.
5. Lieneke zocht Rex, maar hij was weg en kwam nooit meer terug. Van Saskia en Rex werd nooit meer iets vernomen.
Meer recencies over de Het gouden ei