Samenvatting
Waldo is een jongetje van ongeveer negen dat de oorlog mee moet maken op vlucht voor de Duitsers. Samen
met zijn vader en moeder probeert het Antwerps gezin de Franse grens op de fiets te bereiken.
Maar bij de grens worden ze weg gestuurd omdat het gesloten is. Als ze dan de andere vluchtelingen volgen worden ze getroffen door een bom. Bij het bombardement verliest Waldo zijn beide ouders. Waldo wordt dan verzorgd in een hospitaal omdat
hij zijn voet heeft bezeerd. Hij wordt met Belgische soldaten meegenomen
naar de kust. Daar is namelijk een opvangtehuis. Onderweg stoppen ze een keer en dan ontmoet Waldo zijn oudere buurmeisje Vera die in het gedrang haar moeder is kwijtgeraakt. Haar vader zit in het leger. Dan spreken ze af om samen naar de kust te gaan en in de duinen een huis te bouwen en dan daar te gaan wonen tot de oorlog over is. Maar onderweg worden ze ingehaald door de Duitsers die veel terrein winnen. Ze schrikken zich rot en verstoppen zich in een dichtstbijzijnde schuur. Maar de Duitsers ontdekken ze en ze zijn doodsbang dat ze nu zullen sterven.
De Duitsers doen echter niks en laten hun gaan. Omdat de Duitsers nu toch al zo ver zijn besluiten ze om terug te keren naar huis. Het is een lange reis en onderweg stoppen ze nog bij een oom van Vera die zij eigenlijk niet goed kent. Maar daar zien ze dronken mensen en een vrouw die met haar jack los naar boven loopt en van schrik gaan ze gauw weer weg. Het regent erg en daarom gaan ze schuilen bij een station waar nog meer vluchtelingen schuilen. Daar zien ze een trein aankomen met allemaal gevangen genomen soldaten. Ze gaan kijken of ze Vera's vader kunnen zien. Ze zien echter niet Vera’s vader, maar wel ziet Waldo de man die hem van het hospitaal naar de kust zou brengen en hij roept hard, maar de man hoort hem niet door het glas heen. Als het droog is gaan ze verder en komen ze vier soldaten op motoren met zijspan tegen en ze mogen meerijden naar Antwerpen. Onderweg stoppen ze echter in het bos en voeren ze Waldo dronken en dan nemen twee van hen Vera mee verder het bos in. Als Waldo wakker wordt en alles heeft uitgespuugd voelt hij zich verlaten want iedereen is weg. Dan denkt hij dat de Duitsers Vera ook dronken hebben gemaakt en dat ze misschien wel ergens in het bos moet liggen. Hij gaat op zoek en vindt Vera kreunend van de pijn op de grond. Waldo vraagt of ze haar geslagen hebben, maar Vera zei dat de Duitsers iets hebben gedaan wat nog erger was. De Duitsers hebben gezondigd en Vera kon Waldo niet precies vertellen wat er was gebeurd, dat kon ze niet. Waldo gaat hulp halen en houd een paardenkar aan met twee mannen erin. Eén van die mannen is Juul en hij gaat mee naar Vera.
Waldo hoort Juuls schelden op de Duitsers en weet nog steeds niet wat er is gebeurt met Vera, maar hij is wel erg boos. Waldo komt niet te weten wat er met Vera is gebeurt.
Juul en zijn vriend laten een ambulance komen om Vera mee te nemen. De ambulance rijdt weg met Vera en zonder Waldo. Dan stelt Juul voor dat zij Waldo wel even in Gent afzetten. Vera ligt namelijk in het hospitaal van Gent. In Gent aangekomen gaat Waldo naar het hospitaal en dan krijgt hij te horen dat Vera is overleden. Hij gaat dan samen met de zuster naar een kapel, waar ze kunnen bidden. Waldo bidt echter niet, want hij gelooft niet meer in God en merkt alleen maar dat het er naar wierook ruikt en daar is hij gek op. Dan bedenkt hij dat hij wel heel erg zondigde tegen God en toen vouwde hij zijn handen en deed net alsof de wierook de adem was van God die zijn kwade gedachten weghaalde.
Meer recencies over de Wierook en Tranen