In het boek staan de oorlogsjaren centraal. Hoe Marga de hoofdpersoon geleidelijk haar hele familie ziet verdwijnen, zelf moet
ze een andere indentiteit aannemen om zo te overleven.
Marga woont met haar ouders en zus Bettie
In Breda als de
oorlog uitbreekt. Het boek beschrijft het leven van Marga tijdens de bezetting. Haar vader een gelovige Jood denkt dat de Duitsers niets kwaads zullen doen en dat alles goed zal komen. Haar vader en broer Dave
worden afgekeurd om in een werkkamp te moeten werken.
Op een gegeven moment krijgen ze thuis een pakketje gele sterren die op de kleding moet worden genaaid. Bettie en haar man worden opgepakt. Marga, haar ouders, Dave en zijn vrouw krijgen een oproep om zich te melden. Marga en Dave worden afgekeurd voor werk en mogen nog in Amsterdam blijven De vrouw van Dave verzorgd hun. Marga ontloopt een razzia in de lepelstraat daar ze een bewijs heeft dat ze niet in deze straat woont. Marga ontdekt een geul in de tuin van het huis waar ze wonen die later haar vluchtweg word. Ze komt op verschillende onderduikplaatsen terecht. Krijgt een nieuw persoonbewijs. Na de oorlog blijkt dat alleen de broer van haar vader die getrouwd was met een niet Joodse vrouw de oorlog heeft overleeft.
Het boek heet het
bittere kruid ter vergelijking van het bittere kruid wat op het Joods paasfeest word gegeten, de oorlog was een bittere tijd en heeft een bittere smaak nagelaten.
Meer recencies over de het bittere kruid