Het verhaal is geschreven in de eerste persoon, en speelt zich af op verschillende werelddelen. Het is een beschrijving
van een vriendschap en de liefde tussen twee jongens en hun vaders. Armoede en rijkdom, bedieners en heren, de verschillende tussen stromingen in het land, word op een duidelijke en mooie wijze gepresenteerd. Tijdens het semester, gaat Amir naar school in de tijd dat Hassan het huis schoonmaakt en eten
voor hem klaarmaakt. In de vakantie spelen de twee kinderen samen. Amir leest boeken en Hassan is analfabeet. De jongens hebben een gezamelijke liefde voor een vliegeraar, maar dat lijd tot verwoesting. In de tijd dat Hassan de vliegeraar laat vliegen voor zijn heer, pakken criminelen hem en verkrachten hem. Amir kijkt toe en doet niets. Deze gebeurtenis vervolgt hem zijn verdere leven. Hassan en zijn vader moeten vluchten uit het huis van de baas. Amir en zijn vader moeten ook vluchten zij komen naar Amerika. Via de ogen van een Afghaan horen we over de eerste liefde van Amir, zijn huwelijk, zijn werk. Het lot brengt hem
terug naar Afghanistan. De lezers zien hoe onder het bewind van de taliban het leven er daar uit ziet. Het verhaal maakt de cirkel rond en neemt ons mee naar de crimineel die nu terrorist is. Hij gaat terug naar Amerika met een jong kind die door de taliban van zijn jeugd is ontdaan. Langzaam krijgt hij contact met hem en brengt hij hem terug naar het leven. Alles lijkt hopeloos totdat ze vliegeraars in de lucht zien.