Het verhaal wordt verteld uit het persperspectief
van Droogstoppel.
Hij is een makelaar in koffie en woont op de Lauriergracht no. 27. Stern is een jonge dichter die bij hem is om te weten te komen hoe het is om als koffiehandelaar te leven. Stern werkt namelijk voor de concurrent Last & Co.
Droogstoppel kreeg een pakje van een Sjaalman waarin brieven en liederen waren te vinden.
Iets later loopt het verhaal over in dat van Max havelaar. Max is een dichtende idealistische assistent regent, die te Lebak gestationeerd gaat worden.
De functionarissen ter plaatse wachten zoals gebruikelijk aan een rijkelijk gevulde tafel op
zijn komst. Max arriveert met vrouw en kind en is erg moe.
De dagen daarop gaat hij aan het werk en ontdekt veel misstanden in Lebak. Bv. De locale
regent (indische heerser) die mensen op zijn land laat werken terwijl de mensen bog werk te doen hebben op het eigen land. Ook de locale Nederlandse regent keurt dit goed zonder kritiek te leveren.
Tijdens hhet eten verteld Max Duclari en Verbrugge enkele verhalen, anekdotes en liederen. Doordat de bevolking bij Max komt klagen, leert hij uiteindelijk alle misstanden kennen.
Droogstoppel is ondertussen bezeten van een man die hij Sjaalman noemt. Uit een flashback volgt dat dit met armoede te maken heeft.
Droogstoppel gaat sjaalman bezoeken. Bij zijn huis leert hij Sjaalmans vrouw kennen. Een vreemd geklede vrouw. Ze draagt haar haar in een wrongel en een Sari die strak om haar lichaam valt.
Verder is er in de kamer een kind, dat Droogstoppel tutoyeert. Hij is daar niet van gediend en vertrekt.
Max Havelaer gaat verder met het vervullen van zijn functie. Hij merkt dat hij niets tegen de regent kan doen zonder dat deze is beledigd. Hij probeert toch zo veel mogelijk te doen.
Naast Max woont een weduwe. Mevrouw Slotering. Haar man blijkt te zijn vermoord, doordat hij net als Max ook kritiek had op de regent.
Max kan al de missstanden niet meer aan. En vraagt zijn vrouw te vluchten. Maar Tine blijft.
Droogstoppels hekel aan Sjaalman groeit doordat hij via via te horen krijgt dat het een slechte man is. De man zou vreemd gaan en zelfs vreemde vrouwen mee naar huis nemen. Op een dag rijdt hij met paard en wagen langs Sjaalman en merkt dat daarbij modder in diens gezicht tercht komt. Hij is er erg blij mee.
Vervolgens wordt het verhaal onderbroken door een korte novelle over Saidjah en Adinda. Twee gewone mensen die door de Westerse maatschappij werden bestempeld als heidenen. Als jong kind krijgt Saidjah al veel te verduren. Zijn vaders buffel wordt weggenomen door de regent. Zijn vader is daardoor dagenlang verdrietig, omdat de oogst eraan komt en zonder buffel kun je niet oogsten.
Voor het geld dat zij vangen voor een Kris kopen zij een nieuwe buffel. Wanneer Saidjah door een tijger wordt aangevallen dood de buffel de tijger.
Ook de nieuwe buffel wordt afgenomen en Saidjah vertrekt om geld te verdienen voor twee buffels. Adinda laat hij daarbij achter.
Hij gaat naar Batavia, krijgt werk en komt als een rijk man terug. Maar Adinda heeft niet op hem gewacht. Adinda blijkt te zijn vermoord. En ligt ontheiligd in een hut. Saidjah draait door en sterft door de bajonetten van de indringers.
Max schreef brieven, maar er gebeurde niets. Hij moest daardoor terug naar Nederland. Het boek eindigt met een brief aan Willen III door Multatuli. Hier beschuldigt hij de prins van de wandaden en het uitzuigen van de bevolking in Indonesië.
Meer recencies over de Max Havelaar