De naamloze hoofdpersoon is van gemiddelde leeftijd, museumdirecteur en leraar in een onbekende stad.
Hij reist op een lenteavond
met de trein terug naar huis waarbij hij eventjes in slaap valt. Wanneer hij weer wakker wordt, ziet hij dat al
zijn medepassagiers in slaap zijn gevallen. De coupé is onverlicht. Hij verbaast zich niet alleen over dat alles totaal stil staat, maar bovendien over het feit dat het zo plotseling donker is geworden. Het zou volgens hem aan de onvoorspelbaarheid
van de lente kunnen liggen. Het voelt niet echt gemakkelijk dat alle medepassagiers slapen. Dat, en het verlangen naar een sigaret doen hem besluiten de coupé te verlaten en op zoek te gaan naar iemand die hem een vuurtje kan geven. Ook wil hij iemand ontmoeten die net zoals hijzelf wakker is in deze ‘slapende trein’. Hij vraagt zich af of hij niet in de verkeerde trein is gestapt. Alles is donker, iedereen slaapt, er is dus helemaal niks te ‘controleren’. In een van de laatste wagons ontmoet hij een oudere man die zich net als hij over de slapende medereizigers verwondert. Ze beginnen een gesprek en merken dat hun horloges op hetzelfde ogenblik zijn gestopt met tikken. Precies om half zeven. De oudere man stelt zichzelf voor als professor Hernhutter. Na een tijdje komt de trein tot stilstand. Beide heren zien dat een jonger iemand aan komt lopen. De jongen is in paniek en hoopt de locomotief te bereiken om te weten te komen wat er precies is gebeurd. Automatisch stappen zij uit, waarna de hoofdpersoon het gevoel heeft dat 'het Avontuur’ begint. Wanneer de trein weer vertrekt, besluiten ze om niet meer in te stappen. De reden om dat niet te doen blijkt de bezorgdheid om de jongeman te zijn. Inderdaad, want ook die jongen heeft de trein niet meer gehaald en met z’n drieën beginnen ze, zonder bagage, aan een tocht door het landschap. Tijdens hun speurtocht ‘leven’ beginnen ze een gesprek. In dat gesprek vertelt de jongen meer over zijn studies. Val, zo is zijn naam, blijkt een intelligente jongen te zijn, die geïnteresseerd is in literatuur en criminologie. Zo komen ze tot de ontdekking dat ze alle drie eventjes in de trein hebben geslapen en dat ze alle drie net voor het slapen gaan hebben gedacht aan het geluk op aarde.
Vooral de gedachten van Hernhutter zijn betekenisvol. Uiteindelijk ontdekken ze een licht. Het blijkt een soort herberg te zijn, waar ze iets willen eten. De overige bezoekers blijken ook reizigers te zijn, maar de taal die er gesproken wordt is totaal onbekend, zodat de drie met gebarentaal moeten communiceren met de anderen. Niets wat daar te zien was, wees op een bepaalde tijdsperiode waar ze in zaten. Nadat ze gegeten hadden, doet
val een trucje met speelkaarten. Val heeft zin om te dansen, en nodigt een mevrouw van de herberg uit. De beide reisgenoten kijken toe, maar raar genoeg zien ze ieder een andere vrouw dansen. Het beeld dat ze menen te zien is dat van elkaars echtgenoten. Wanneer ook Val zijn danspartner anders beschrijft dan de professor haar heeft gezien, valt de professor bijna flauw. Op dat moment hoorden ze het geluid van een tram. De andere bezoekers van de herberg renden er naar toe en ook Val wil echt heel graag mee, vooral omdat de dansende juffrouw dat aan hem vroeg. Maar wanneer Val met de tram verdwenen is, merkt de verteller dat de vrouw bij hem achtergebleven is. Met een schok keerde hij terug naar de werkelijkheid, hij lag in een ziekenhuis. De juffrouw was ‘gewoon’ een verpleegster. Er had een treinongeluk plaatsgevonden, Hernhutter zat onzin uit te kramen op een stoel maar Val was dood, zijn kaarten lagen op de grond, alléén een hartenvrouw lag omgekeerd.
Meer recencies over de De trein der traagheid