Kosmische kode
In de jaren na 1967 (‘zesdaagse’ oorlog) werden, begeleid door Israëlische archeologen, groot opgezette opgravingen gedaan op het Sinaï-schiereiland en de Golan-hoogvlakte, daarmee het neolitische verbindend via de bijbelse met de Griekse, Romeinse en Byzantijnse tijden.
Een
van de meest raadselachtige vindplaatsen was op de spaarzaam bewoonde en meest lege vlakte, de Golan-hoogte. Het ronde monument is minstens vijfhonderd meter in omtrek en gebouwd van stenen waarvan er
zijn die meer dan vijf ton wegen. Ingenieurs die de vindplaats bestudeerden, hebben becijferd dat het monument in de huidige staat ongeveer 45.000 ton steen omvat. Alle studies kwamen tot de conclusie dat richting en plaatsing een astronomisch doel dienden. De aanwijzingen dat de vindplaats, zoals Stonehenge, als observatorium
werd gebouwd om de zonnestilstand (solstice) en dergelijke waar te kunnen nemen, worden ondersteund door het bestaan van soortgelijke observatoria elders op de wereld zoals de Maya-vindplaats ‘Chitzen Itzá’ op het schiereiland Yucatán en Sacsahuaman in Peru.
De astronomische betekenis reikt veel verder, archeologische vondsten en conclusies van andere wetenschappers tonen aan dat de bouwers van de megalithische constructies over geavanceerde kennis beschikten die de normale aardse ontwikkeling verre te boven ging. Verwezen wordt naar de bijbel waarin gesproken wordt over een gigantenras van half-goden die eens in dat land verbleef. De Soemerische beschaving kwam tot ongekende bloei in wat wij tegenwoordig Zuid-Irak noemen: ‘snel, onverwacht, van nergens’, volgens de woorden van wetenschappers. Een van Soemer’s beroemdste koningen was Gilgamesh, bekend van het gelijknamige Epos. Op de Golan-vindplaats speurde men de hemel af naar voortekenen van het lot, dat twaalf verschillende stations of richtingen had.
Gebaseerd op bijbelse en Mesopotamische gegevens, neemt men aan dat Jacob (kleinzoon van Abraham) het daarvoor heeft gebruikt en het in de bijbel genoemde Gilead weleens het ronde observatorium van de Golan-hoogte zou kunnen zijn. De twaalfdelige dierenriem en zijn ouderdom roept twee vragen op: wie was de grondlegger ervan en waarom werd de hemelse cirkel in twaalf segmenten verdeeld?
De antwoorden vereisen het passeren van een grens – de bewustwording dat onder het ogenschijnlijk astrologisch belang om de hemelen in twaalf stukken te verdelen een uitzonderlijk hoog ontwikkelde astronomie schuilt – een astronomie, in feite zo geavanceerd dat de mens deze kennis niet zelf kan hebben bezeten op het moment van die verdeling van de hemelse cirkel. De complexiteit schuilt vooral in de precessie, een vertraging van 1 graad per 72
jaar waarin de
aarde om de zon draait die het voor een aards-leven onmogelijk maakt om een kompleet dierenriem-jaar van 2160 jaar te meten. Dus hoe konden zij, de Soemeriërs, hebben geweten wat ze allemaal wisten? Zijzelf geven het antwoord: Alles wat wij wisten, werd ons geleerd door de Anunnaki – ‘Degenen die van de hemel naar de aarde kwamen.’
En zij, komende van een andere planeet met een reusachtige omloopbaan en een lang leven waarvan één jaar 3600 aardejaren omvatte, hadden géén moeite om de precessie en de twaalfdelige dierenriem te begrijpen en verklaren.
De eerste Anunnaki kwamen 445.000 jaar geleden op aarde, van hun thuisplaneet Nibiru die eens in de zoveel tijd de aardebaan kruist. Zij landden in de Perzische Golf, hadden goud nodig om te overleven omdat hun planeet z’n atmosfeer aan het verliezen was en daarmee z’n interne warmte. Dat goud moest door mijnbouw gewonnen worden op plaatsen waar het in overvloed aanwezig was, in zuid-oost Afrika. Aanvankelijk deden ze dat zelf maar al gauw vonden ze dat de nog verwilderde mens hen daarbij wel kon helpen. Daarvoor moest ‘de mens’ gemodificeerd worden. Er verscheen een hele genealogie van Anunnaki, allemaal verbonden in afkomst, relatie, functie, getal-waarde en lotsbestemming. Want er waren verschillende lotsbestemmingen: noodzakeliijk loot (destiny) en veranderbaar lot (fate). Zo was het onvermijdelijk dat de Anunnaki de aardse habitat binnendrongen maar veranderbaar hoe daarmee omgegaan werd. Dat de mens ‘homo sapiens’ zou worden, was een onvermijdelijk lot, zelfs al hadden de Anunnaki kunnen besluiten zich er niet mee te bemoeien. De mens zou het dan langs een andere, vermoedelijk tragere, route bereikt hebben.
De les van de vernietiging van Soemerië en Ur was dat verandering en veranderbaar lot géén onveranderbaar noodlot kon vervangen. Maar hoe was het nou andersom?
De kosmische lots-verbondenheid is DNA. Wat wij nu weten, was vele duizenden jaren vóór Christus al op aarde bekend. Muurschilderingen, kleitabletten en andere archeologische artefacten, bewijzen dat de Soemerische goden alles afwisten van DNA maar ook van mtDNA.
De kennis van hemel en aarde berustte bij de goden en werd aanvankelijk alleen geopenbaard aan enkele ingewijden die het slechts ten dele aan hun onderdanen mochten meedelen. Toch ontstond er ineens een alfabet, geschreven taal. Zo schijnt er een verborgen link te zijn tussen de oorspronkelijk Akkadische taal en de genetische taal. Verborgen codes en mystieke getallen zijn verweven met de taal van de bijbel, het boek van God.
Meer recencies over de Kosmische kode