Op een dag stuurt Ghijsbrecht Mariken
naar Nijmegen om boodschappen te doen. Het zal waarschijnlijk te laat zijn om die dag nog terug te keren en oom Ghijsbrecht adviseert Mariken om bij haar tante te overnachten.
Nadat Mariken inkopen op de markt had gedaan, was het al vijf uur en te laat om terug naar huis te lopen. Zij ging naar haar tante om daar onderdak voor de nacht te vragen. Haar tante had vlak daarvoor ruzie gehad met een paar andere vrouwen over de arrestatie
van graaf Arnold door zijn zoon hertog Adolf. Hierdoor was haar tante buiten zichzelf van woede en Mariken moest het nu ontgelden. De tante schold haar de huid vol, waardoor Mariken helemaal van streek en gekrenkt het huis weer verliet.
Mariken huilde aan de kant van de weg. Het maakte haar niet meer uit of God of de duivel tot haar zou komen. De duivel die dit alles hoorde en zag in haar een geschikt slachtoffer.
Toen Mariken vroeg wie
hij was, antwoordde hij dat hij een meester met veel kundigheid en kennis was; hij kon haar als zij het wilde, de zeven vrije kunsten leren. Nadat Mariken nogmaals vroeg wie hij was antwoordde de duivel dat hij Moenen heette. Hij kon haar tevens alle talen van de wereld leren.
Als Mariken hier mee in zou stemmen, zou zij haar naam moeten veranderen, want Moenen en zijn makkers hadden al veel last ondervonden van een zekere Maria en zou zij geen kruis meer mogen slaan. Mariken stemde hier mee in en veranderde haar naam in Emmeken.
Nadat Mariken hiermee heeft ingestemd vertrekken ze naar 's Hertogenbosch, waar ze enkele dagen bleven, voordat ze naar Antwerpen gingen.
Na een aantal dagen werd oom Ghijsbrecht ongerust en ging naar zijn zus, om te kijken of deze meer kon vertellen. Deze antwoordde hem dat ze nergens van af wist, waarna oom Ghijsbrecht vertrekt.
Intussen had de slotvoogd van Grave de oude hertog Arnold uit de gevangenis bevrijdt. Toen de tante dat hoorde, werd ze dol van woede, riep de duivel aan en pleegde zelfmoord.
Emmeken (Mariken) en Moenen zijn intussen in Antwerpen aangekomen, waar ze hun intrek namen in herberg In den Boom. Zij weten hier mensen op te hitsen, waarbij het uiteindelijk op vechten uitloopt. Hierbij vallen ook doden, zeer tot genoegen van Moenen.
Moenen denkt met al deze slachtoffers een goed figuur bij Lucifer te slaan.
Mariken realiseert zich waar ze mee bezig is, maar ze denkt dat er voor haar geen terugkeer meer mogelijk is, omdat ze te veel gezondigd heeft.
Na zeven jaar wil Mariken weer terug naar Nijmegen. Moenen gaat hiermee akkoord, omdat het hem niet gelukt is Mariken iets aan te doen, want oom Ghijsbrecht is blijven bidden voor Mariken. Moenen hoopt dat als hij mee teruggaat, hij oom Ghijsbrecht iets aan kan doen, om Mariken alsnog geheel in zijn macht te krijgen.
Op de dag dat ze in Nijmegen aankomen is er juist een processie voor Maria. Mariken dringt er nu bij Moenen om samen naar Masscheroen te kijken. Dit spel is volgens oom Ghijsbrecht beter dan sommige preken. Moenen probeert in eerste instantie Mariken tegen te houden, wat hem uiteindelijk niet lukt. Hij is bang dat zij spijt zal krijgen.
Na in het spel gehoord te hebben, dat berouw nooit te laat komt, wil Mariken haar leven beteren. Hierop wordt Moenen zo boos, dat hij haar hoog de lucht in voert, om haar van grote hoogte naar beneden te gooien in de hoop dat zij haar nek breekt.
Oom Ghijsbrecht staat ook tussen de toeschouwers en ziet het gebeuren. Hij herkent Mariken nog niet. Nadat zij op straat gevallen is, gaat hij kijken en herkent Mariken. Mariken blijkt nog te leven, maar heeft bijna alle botten in haar lichaam gebroken. Moenen probeerde Mariken nog te doden, maar oom Ghijsbrecht weet hem te laten vluchten door een bijbelpassage uit te spreken.
Oom Ghijsbrecht gaat nu naar de meest geleerde priester van Nijmegen, maar die durft Mariken niet de absolutie te geven.
De volgende dag neemt Ghijsbrecht de heilige hostie en reist met Mariken naar de bisschop van Keulen. Onderweg probeert Moenen door zware stormen hun nek te breken, maar door de krachten van het sacrament mislukt dit. De bisschop van Keulen kan Mariken ook niet helpen.
Na een zeer vermoeiende reis komen Mariken en oom Ghijsbrecht in Rome bij de paus aan. Toen deze tijdens de biecht de zonden hoorde die Mariken begaan had, was hij hevig ontsteld. Hij bad God om raad en legde haar de volgende boetedoening op : Mariken moest drie ijzeren ringen dragen, een om de hals en een om iedere arm. Zij moest deze ringen zo lang dragen, tot ze versleten waren of vanzelf afvielen.
Na terugkeer werd Mariken non in een klooster voor bekeerde zondaressen te Maastricht en oom Ghijsbrecht ging weer naar huis. Ghijsbrecht leefde nog 24 jaar en bezocht regelmatig zijn nichtje in Maastricht.
Mariken leefde zo boetvaardig dat Christus na verloop van tijd zijn engel tot haar zond, die tijdens haar slaap de drie ringen verwijderde. Toen Mariken de ringen naast zich zag liggen, wist ze dat God haar genade had geschonken.
Mariken leefde nog twee jaar en deed voortdurend boete. Na haar overlijden werden de drie ringen boven haar graf gehangen.
Meer recencies over de Mariken van Nieumeghen