De kaart van God van Emilio Calderón
De jonge architect José Hurtado Mendoza, neemt in 1936 als de Spaanse
burgeroorlog uitbreekt, zijn toevlucht tot de Spaanse Academie in Rome. Daar ontmoet hij de mooie Montse die in de bibliotheek werkt en op wie hij al snel verliefd
wordt. Omdat de situatie in Italie
met de dag slechter wordt, wordt besloten om aan geld te komen voor hout en eten een aantal boeken te verkopen. Hieronder bevindt zich een uniek exemplaar
waarin de locatie wordt onthuld van de kaart van God, die de bezitter ervan almacht zou geven. Bij de boekhandelaar blijkt al snel dat prins Junio Valerio Cima Vivarina hiervoor grote belangstelling heeft. Vanaf het moment dat ze kennis met hem maken, belanden ze in een web van politieke intrige, liefde en verraad, in een spel waarin José en Montse niemand meer kunnen vertrouwen, prins Junio
niet, maar ook elkaar niet. Zo worden ze voor dat ze er erg in hebben als spionnen ingezet om de kaart niet in verkeerde handen te laten vallen, dat wil zeggen bij de partijen die een ontstilbare honger naar macht hebben. Tevens komen ze in contact met Vaticaanse bibliothecarissen, Russische spionnen en leden van de Duitse SS, waardoor hun standvastigheid aardig op de proef wordt gesteld.
Emilio Calderón rijgt in zijn roman geschiedenis en mythen aaneen, maar laat ook een hoofdpersoon zien die een antiheld is, een gevoelige jongen die in een wereld is beland waarin hij niet thuishoort. En dit alles tegen een achtergrond van het schitterende Rome, dat uitvoerig wordt beschreven, net als de ellende waarin het verkeerd en het verloop van de Tweede Wereldoorlog.
Uitgeverij Mouria
ISBN 9789045800011
Meer recencies over de De kaart van God