Ervin Laszlo, de oprichter van de Club van Boedapest, filosoof en wetenschapper, schrijft een boeiend boek over een zogenaamde
''theorie van alles'': een theorie die niet alleen het
universum beschrijft zoals astronomen het kennen, maar ook sociologen, biologen, psychologen, quantummechanica-wetenschappers en theologen. Laszlo vertelt over de quantumfysica, die ons leert dat de werkelijke bouwstenen van het universum geen atomen zijn, geen supersnaren, maar energie-deeltjes die mogelijkheden bevatten: ze bestaan, en bestaan tegelijk niet. Het ligt aan de toeschouwer wat er gebeurt met een deeltje. De film "What the Bleep Do We Know" ging hier al eerder op in.
Volgens Laszlo
bestaat het universum uit energie, niet uit massa. Sterker nog: het universum bestaat uit bewustzijn, en materie bestaat niet totdat wij het waarnemen. De allesverbindende factor is de ''ether'' die wordt genoemd door Nicola Tesla, en door de oudste geschriften uit India (de Upanishads). Laszlo noemt dit het Akasha-veld of kortweg A-veld, een veld dat bestaat uit supervloeibare materie/energie. Het verbindt alles met alles, en slaat alles wat er ooit gebeurt op als een soort reuze-computergeheugen.
Voor iedereen die zich ooit heeft afgevraagd waarom wetenschap en religie niet met elkaar in het reine konden komen, of gelooft dat bovennatuurlijke verschijnselen onderdeel van dit universum zijn, is dit een buitengewoon informatief boek.